Adriaan’s column

Bedrog

Eerst lazen we het in de krant, toen hoorden we het op het radionieuws en daarna kwam het in het NOS journaal: -patiëntengegevens worden samengevoegd-
’Nou,’ zei ik met wat sarcasme, ‘ik ben benieuwd wat daar allemaal fout mee zal gaan.’

Mijn vrouw vroeg wat ik daarmee bedoelde, ik vertelde haar dat ik weinig vertrouwen had in dat soort bureaucratische zaken. En ja hoor, alsof de duvel er mee speelde, drie dagen later kreeg ik een brief van het ziekenhuis waar ik onder behandeling ben. Of ik me dan en dan wilde vervoegen op het spreekuur van een, voor mij onbekende medicus. Was getekend, de afdeling gynaecologie.

In eerste instantie moesten we lachen om dat bericht. “Zie je nou wel?” riep mijn vrouw, “daar begint de ellende al.” Ik besloot toch maar even te bellen om dit misverstand op te heffen, maar dat viel toch niet mee.

“U bent toch die en die met dat burgerservicenummer?”
“Jawel.”
“En uw geboortedatum is dat en dat?”
“Dat klopt ook.”
“Nou, dat wordt u gewoon verwacht op die datum.”
“Ja, maar ik ben van het andere geslacht!”
“Het spijt me, maar daar ga ik niet over, u moet gewoon op dat spreekuur komen, goedemorgen!”

Ik was perplex en staarde met open mond naar de telefoon. Ik heb het daarna nog twee keer geprobeerd, maar ik kreeg geen voet aan de grond. Ik besloot om gewoon te gaan, als ze mij zouden zien, was het misverstand vlug uit de wereld.

Het was niet druk op de afdeling gynaecologie, ik was de enige. De assistente keek mij vorsend aan, “Wat is uw geboortedatum?” vroeg ze. Ik begon omstandig uit te leggen dat ik een aantal keren gebeld had… ze viel me in de rede,

“Dat weet ik, u heeft mij aan de telefoon gehad, wilt u gewoon in de wachtkamer plaatsnemen?”

Ik kreeg geen kans meer om verder te praten en besloot gewoon te gaan zitten. Ik had amper de eerste bladzijde van een roddelblad omgeslagen, toen ik binnengeroepen werd. De gynaecologe was een forse dame die mij streng aankeek.

“U bent dus de patiënt die niet wilde langs komen, kleedt u zich maar uit en ga maar liggen.”

Ze wees op een soort bed met twee steunen waar je je benen op moest leggen. Daarbij keek ze zo dreigend dat ik mijn broek maar snel uitdeed. Toen ik daar lag tuurde ze naar mijn, eh… onderkant en prevelde: “Tja, dat klopt niet helemaal, daar zal toch iets van af moeten.”

“NEE, NEE!” schreeuwde ik, “DAT MAG NIET, BLIJF ERAF!”

Toen schrok ik wakker en veegde het zweet van mijn voorhoofd.
“Och” zei mijn vrouw troostend de volgende ochtend, “dromen zijn bedrog.”

Reacties? adr.noordergraaf@planet.nl