Adriaan’s column

Handicap

Toen we hier kwamen wonen, was ik niet ontevreden. Een doodlopende straat, dus weinig verkeer.  Massa’s vogels en heel veel plekjes om je te verstoppen en daar vanuit alles in de gaten te houden.

Maar er is één ding dat me vanaf het eerste moment zorgen baarde, en dat is die witte kerel die in het laatste huis woont. Ik weet best dat hij, als eerste bewoner van deze straat, veel privileges heeft, maar om nou te zeggen dat ie alles naar zijn hand kan zetten…

Niet dat ik me daar iets van aantrek, maar ik voel wel dat ie tegen de anderen over mij praat. Nou praten, er wordt ongelofelijk over mij geroddeld. Ik waarschuw jullie maar even, er is maar een fractie waar, van dat wat er verteld wordt.

Goed, ik geef toe dat ik in het verleden wel eens een paar keer clandestien wat bakjes bij de buren heb leeggegeten, ik heb nu eenmaal een geweldige eetlust. Ook vang ik, voor de gein af en toe wel eens een merel of een roodborst. Gewoon voor de afwisseling. Tenslotte, altijd brokjes gaan ook vervelen. Maar als ik dan zo’n smakelijk beestje oppeuzel, moet ik goed uitkijken voor de buurvrouw. Die is namelijk vogelliefhebber, als ze ziet dat ik met een succesvolle buit langs haar huis kom, kan ze mij wel vermoorden! Niet dat dit zou lukken, ik loop, ondanks mijn handicap, minstens twee keer sneller dan die vrouw. Ze moet maar eens kijken naar die witte van het laatste huis, dat is pas een moordenaar…

Er komen hier steeds meer collega’s wonen. Ik geef toe, dat is niet altijd makkelijk, er soms conflicten die niet opgelost kunnen worden. Die ruzies worden dan uitgevochten, en ik kan jullie verklappen dat ik meestal, ondanks mijn handicap, als winnaar uit bus kom. Van oorsprong kom ik namelijk van een boerderij, en dat heeft een heleboel voordelen. Ik kan bij voorbeeld heel goed met andere dieren opschieten. Wat zeg ik, ik woon samen met twee honden en dat zijn mijn beste vrinden.

Nee, ik ben eigenlijk erg tevreden, ondanks mijn handicap. Een mooi huis, met een prima luik in de voordeur. Dus ik kan naar binnen en naar buiten als ik dat wil. Op tijd mijn natje en mijn droogje, hoewel, ik drink liever uit een plasje regenwater dan uit mijn drinkbak. Dat smaakt nou eenmaal beter. We hebben ook een aardige buurman die mij eten geef als de familie op vakantie gaat. Die buurman heeft er overigens ook twee. En met die ene kan ik héél goed opschieten. Nu ik dit vertel moet ik wel een beetje blozen. Niet dat je dat kan zien, ik ben voor het grootste gedeelte zwart.

Dus, ik ben een blij beest, ondanks mijn handicap. En die witte, krijg ik nog wel een keer!

Reacties? adr.noordergraaf@planet.nl