Adriaan’s column

Horen

Het was een hele tijd geleden dat ik hem gezien had, een joch van een jaar of veertien, met een prachtige sproetenkop. Maar de kop met die vuurrode kuif erboven was nu lelijk beschadigd. Eén oog zat helemaal dicht, z’n onderlip was deerlijk gezwollen en in zijn hals zat een flinke blauwe plek.

“Wat is er met jou gebeurd?” vroeg ik geschokt.

Hij keek me wat bedremmeld aan,

“Ik ben bij mijn tante geweest.” zei ie.

Ik liet mijn blik over z’n kapotte gezicht gaan,

“En ben je daar gevallen?”

Hij schudde zijn hoofd.

“Tegen een deur aangelopen?”

Weer schudde hij z’n hoofd.

“Wat is er dan gebeurd?”

“Mijn tante…”

“Wat is er met je tante?”

Zij heeft het gedaan…”

Ik keek hem ongelovig aan, “Heeft jouw tante je zo toegetakeld?”

Toen kwam het hele verhaal eruit.

Die tante in kwestie, was achter in de zeventig en zo doof als een kwartel. Ze was niet echt geliefd bij hem thuis. Negatief en achterdochtig, humeurig en argwanend. Als tante Agaat op bezoek kwam was er altijd wat paniek. Was er wel goed gestofzuigd, waren de ramen wel gezeemd en was de kat op zolder gezet, tante was allergische voor de haren van Poekie. Toen hij op een keer trots, zijn tamme rat had laten zien was ze gaan gillen. Iedereen had gelachen, behalve zijn moeder. Die had het ouwe mens gerustgesteld en haar een glaasje water gegeven. Daarna was ze woedend de deur uitgelopen. Nee, populair was ze nooit geweest. Als ze binnenkwam, placht zijn jolige vader steevast te roepen: “Zo ouwe heks!” Maar omdat ze dat nooit hoorde knikte ze alleen maar, en dat was weer aanleiding tot veel vrolijkheid. Natuurlijk hadden hij, en z’n broers, die uitroep onmiddellijk overgenomen. Zijn moeder was daar altijd boos over, maar toch gebeurde het elke keer als ze op visite kwam.

Gisteren moest hij bij tante Agaat een bloemetje brengen, ze was die dag 78 geworden. Normaal deed z’n moeder dat, maar die had die middag iets anders te doen en kon onmogelijk weg. Al zijn broers bedankte voor de eer, hij was toen als ‘vrijwilliger’ aangewezen. Met veel tegenzin was hij naar het servicecomplex gefietst. Toen ze hem binnen liet, had hij eigenlijk automatisch de het zinnetje van zijn vader uitgeroepen. Tante was toen zo boos geworden dat ze hem op een verschrikkelijk manier had afgetuigd.

“Maar hoe kon dat dan gebeuren? Ze hoorde toch niets?”

Hij keek me wat droevig aan,

“Toen wel.”

“Hoe kwam dat dan?”

“Ze had die ochtend voor het eerst gehoorapparaten gekregen, dus hoorde ze wat ik riep…”

 

Reacties? adr.noordergraaf@planet.nl