Adriaan’s column

Beter verdienen ze niet

We wonen hier geweldig. ‘s winters, als het meezit, sneeuw en ijs. Tenslotte wonen we niet voor niets aan de ijsbaan. In de herfst kunnen we lekker wandelen in het bos. Maar het fijnste jaargetijde is toch wel de zomer. We wonen aan het water, we hebben een bootje en kunnen vanaf ons huis zo naar Friesland varen. We hebben een tuin(tje) waar we heerlijk in de zon kunnen zitten. Perfect, er is alleen een probleempje, insecten. Natuurlijk horen die er ook bij; muggen, wespen, bijen, libellen en nog veel meer. Wat ik eigenlijk bedoel, zijn de vliegen, buiten horen ze er ook bij, maar binnen is het heel vervelend. Niet alleen als ze om je hoofd cirkelen, maar op het eten is het niet smakelijk, het kan zelfs ongezond zijn. Nou kun je je arrogant ten opzichte van de dierenwereld opstellen, maar je kan het ook anders bekijken, vanuit het perspectief van de vlieg.

Stel je voor: er zijn twee verliefde vliegen. Meneer en mevrouw hebben na een verloving van een halve dag besloten om samen verder te gaan. Na de liefdesdaad gaat moeder aan de leg. Ze legt in haar leven zo‘n 500 tot 1000 eitjes en aangezien het beestje maar vier weken oud wordt, worden er per dag zo’n veertig gelegd. Samen met haar man zoeken ze een mooi plekje in rottend fruit of in een dood dier.
Als de omstandigheden gunstig zijn komen ze de zelfde dag nog uit. Voordat de kleintjes de wereld gaan verkennen worden ze streng toe gesproken door hun ouders.
‘Er zijn veel gevaren lieverdjes, gelukkig hebben ze hier geen hond, dus jullie hoeven binnen niet bang te zijn voor klappende kaken. Katten zijn ook gevaarlijk, ze spelen met je totdat je dood bent. Wat wil je vragen, Willempje? Of we ons kunnen verdedigen?’
‘Vader, dat is jouw zaak.’
Vader schraapt z’n keel: ‘Er is niet veel dat we kunnen doen, maar wil je iemand echt pesten, ga dan keer op keer op z’n lijf zitten. Maar kijk uit voor een van de grootste gevaren, de vliegenmepper.’
Moeder steekt haar linkervleugel op. ‘Vader, mag ik je even in de rede vallen? De mepper is gevaarlijk, daar heeft papa gelijk in, maar er is nog iets ergers. Ik durf de naam zowat niet uit te spreken, het is de plakstrip. Stel je voor, je vliegt vredig rond en je ziet iets glanzen, iets kleverigs. Ga daar nooit op zitten, want je plakt vast tot je je laatste adem uitblaast. Wie dat ons allemaal aan doet? Dat is de mens, een groot monster die een enorme hekel aan ons heeft. Kijk dus uit schatjes, en wil je wraak nemen als een van de broertje of zusjes dood geslagen wordt, wacht dan totdat zo’n kolos op de bank gaat liggen om een dutje te doen. Strijk neer op hun neus, op hun kin, op hun onderlip. Kortom, maak ze gek, want beter verdienen ze niet!’